Nederlands
Nederlands

Van ontwikkelingssamenwerking naar wederkerige gemeentelijke diplomatie

Internationale samenwerking staat onder druk. Er is minder publiek geld beschikbaar, politieke prioriteiten verschuiven en steeds vaker wordt de vraag gesteld wat internationale samenwerking Nederland zelf oplevert.

Die vraag hoeft niet bedreigend te zijn. Integendeel. Ze kan ons helpen om een model dat decennialang vooral gebaseerd was op hulpverlening opnieuw te doordenken.

Want de werkelijkheid is inmiddels veranderd.

Internationale samenwerking gaat niet langer alleen over wat Nederland elders kan bijdragen. Vraagstukken als veiligheid, migratie, klimaat, economische ontwikkeling en maatschappelijke weerbaarheid trekken zich niets aan van landsgrenzen. Wat gebeurt in Lviv, Marrakesh of Gaziantep kan rechtstreeks relevant zijn voor Amsterdam, Rotterdam of Eindhoven.

Dat vraagt om een andere vorm van internationale samenwerking: minder eenrichtingsverkeer, meer wederkerigheid.

Van Noord-Zuid naar wederzijds belang

Te lang is internationale samenwerking georganiseerd vanuit een klassieke Noord-Zuidverhouding: wij hebben kennis, middelen en instituties en dragen die over aan anderen.

Die verhouding past steeds minder bij de werkelijkheid.

Steden in Afrika, Azië, het Midden-Oosten en Oost-Europa beschikken over kennis en ervaring die Nederlandse gemeenten juist nu hard nodig hebben. Denk aan omgaan met snelle bevolkingsgroei, klimaatadaptatie, maatschappelijke spanningen, crisismanagement of het functioneren van publieke voorzieningen onder extreme omstandigheden.

Dat werd onlangs heel tastbaar tijdens het VNG Jaarcongres. Burgemeester Andriy Sadovyi van Lviv vertelde hoe zijn stad ondanks oorlog en voortdurende dreiging blijft functioneren. Nederlandse bestuurders luisterden niet naar iemand aan wie wij moesten uitleggen hoe lokaal bestuur werkt. Zij luisterden naar een collega van wie wij iets kunnen leren over weerbaarheid.

Dat is misschien wel de essentie van de omslag die nodig is.

Niet: wat kunnen wij voor hen doen?

Maar: wat kunnen wij samen oplossen?

Gemeenten zijn daarvoor bij uitstek geschikt

Juist gemeenten beschikken over een bijzondere vorm van internationale diplomatie.

Wanneer een Nederlandse beleidsambtenaar rechtstreeks spreekt met een collega in Marokko, Oekraïne of Turkije, ontstaat iets anders dan in traditionele diplomatieke verhoudingen. Beiden kennen dezelfde dagelijkse werkelijkheid: afvalinzameling, vergunningverlening, lokale economie, openbare orde, huisvesting, inwoners die iets van hun overheid verwachten.

Dat maakt de relatie concreet.

En juist doordat mensen elkaar ontmoeten en rechtstreeks ervaringen delen ontstaat vertrouwen.

Die vorm van samenwerking zou je corporate diplomacy op gemeentelijk niveau kunnen noemen: organisaties en publieke instellingen die over institutionele en nationale grenzen heen relaties bouwen rond gedeelde belangen en concrete opgaven.

Dat vraagt niet altijd om nieuwe instituties. Vaak vraagt het vooral om het bewust verbinden van bestaande netwerken.

Internationale samenwerking is te veel een dossier van Buitenlandse Zaken gebleven

Daar zit tegelijkertijd een institutioneel probleem.

Internationale samenwerking wordt in Nederland nog vaak bijna automatisch gekoppeld aan Buitenlandse Zaken. Daarmee volgt ook de reflex dat financiering uit dezelfde begroting moet komen.

Maar kijk naar de hedendaagse vraagstukken.

Wederopbouw in Oekraïne raakt niet alleen Buitenlandse Zaken, maar ook Defensie, Economische Zaken, Infrastructuur, BZK, Nederlandse gemeenten en het bedrijfsleven.

Klimaatadaptatie raakt internationale samenwerking, maar net zo goed waterbedrijven, kennisinstellingen en economische diplomatie.

Migratie heeft een internationale dimensie, maar de gevolgen ervan worden voor een groot deel lokaal opgevangen.

Weerbaarheid raakt Defensie en nationale veiligheid, maar gemeenten moeten tegelijkertijd zorgen dat drinkwater, energie, zorg, communicatie en lokale dienstverlening blijven functioneren.

Waarom blijven we deze vraagstukken dan financieren en organiseren binnen afzonderlijke departementale kolommen?

We zouden veel meer rondom de maatschappelijke opgave moeten organiseren dan rondom de begroting waar een onderwerp historisch terecht is gekomen.

Wederkerigheid betekent ook economisch belang

Dat betekent niet dat iedere internationale gemeentelijke samenwerking ineens een handelsmissie moet worden.

Wel moeten we opener durven kijken naar wederzijds voordeel.

Een samenwerking kan lokale instituties versterken én kansen creëren voor Nederlandse kennisinstellingen of bedrijven.

Nederlandse gemeenten kunnen expertise leveren op watermanagement, afval, digitale dienstverlening of crisismanagement, terwijl ze tegelijkertijd kennis terugkrijgen over bijvoorbeeld weerbaarheid, omgaan met schaarste of samenwerking met gemeenschappen.

En wederopbouw kan worden verbonden met economische ontwikkeling.

Dat vereist dat publieke, maatschappelijke en economische belangen niet tegenover elkaar worden gezet, maar worden verbonden.

Juist daarin kan corporate diplomacy een rol spelen: niet één belang centraal stellen, maar zichtbaar maken waar belangen elkaar raken en waar samenwerking mogelijk wordt.

Begin dichter bij huis

Er is nog een reden waarom gemeenten hierin een bijzondere rol hebben.

De internationale wereld woont al in onze steden.

In Nederlandse gemeenten wonen grote gemeenschappen met wortels in onder meer Marokko, Turkije, Syrië en Oekraïne. Internationale samenwerking met juist die landen is daardoor niet abstract.

Wanneer een Nederlandse gemeente samenwerkt met een stad in Marokko, raakt die samenwerking mogelijk duizenden inwoners die daar familie, geschiedenis of economische verbindingen hebben.

Dat biedt een kans.

Diasporagemeenschappen hoeven niet uitsluitend onderwerp te zijn van integratiebeleid. Zij kunnen ook een brug vormen tussen steden, economieën en samenlevingen.

Internationale samenwerking wordt daarmee tastbaarder voor inwoners. En inwoners kunnen op hun beurt betrokken worden bij ontwikkeling in hun land of regio van herkomst.

Dat kan ook de betrokkenheid bij het gemeentelijk beleid in Nederland versterken.

Het VNG Fonds ziet die verbinding in de praktijk. Gemeenten voelen zich vaak juist sterk betrokken bij internationale crises wanneer hun eigen inwoners een directe relatie hebben met het getroffen gebied.

Oekraïne laat zien hoe verschillende agenda's kunnen samenkomen

Oekraïne is misschien het duidelijkste voorbeeld.

Nederland ondersteunt Oekraïne vanwege veiligheid, solidariteit en geopolitieke belangen. Defensie speelt daarbij vanzelfsprekend een belangrijke rol.

Maar uiteindelijk moet Oekraïne ook lokaal weer functioneren.

Gemeenten moeten water leveren, wegen onderhouden, woningen bouwen, afval verwerken, vergunningen afgeven, lokale economieën herstellen en burgers perspectief bieden.

Daar ligt een directe rol voor Nederlandse gemeenten.

En die samenwerking is wederkerig.

Nederlandse gemeenten kunnen bijdragen aan wederopbouw, terwijl Oekraïense gemeenten ons iets kunnen leren over continuïteit van bestuur, crisisorganisatie en maatschappelijke weerbaarheid.

Op termijn kan die samenwerking bovendien een rol spelen bij terugkeer. Mensen keren eerder terug naar gebieden waar huisvesting, onderwijs, werk en lokale voorzieningen functioneren.

Zo komen beleidsterreinen samen die wij in Den Haag vaak apart organiseren: Defensie, wederopbouw, economie, migratie en lokaal bestuur.

Van hulp naar relatie

Het gaat om internationale samenwerking tussen lokale overheden.

Niet donor en ontvanger.

Maar partners met ieder kennis, belangen en verantwoordelijkheden.

Niet incidentele projecten. Maar relaties die kunnen worden ingezet wanneer nieuwe economische, maatschappelijke of veiligheidsvraagstukken ontstaan.

Het bijzondere van gemeentelijke samenwerking is dat die relaties vaak jarenlang kunnen bestaan. Bestuurders wisselen, regeringen veranderen, internationale verhoudingen verslechteren – maar de dagelijkse verantwoordelijkheid van een gemeente blijft.

Daar zit een vorm van diplomatie die we in Nederland nog onvoldoende benutten.

Belangrijke plek voor VNG internationaal en voor het VNG Fonds

Voor het VNG Fonds ligt hier volgens mij een interessante volgende stap.

Het Fonds is ontstaan vanuit solidariteit bij rampen en conflicten. Die rol blijft belangrijk. Maar de ervaring die daarmee is opgebouwd laat iets groters zien.

Gemeentelijke samenwerking kan een infrastructuur worden voor wederopbouw, weerbaarheid, economische samenwerking en maatschappelijke verbinding.

Daarvoor moeten we wel anders gaan organiseren.

Niet ieder vraagstuk automatisch onderbrengen bij Buitenlandse Zaken.

Niet wachten tot één departement financiering beschikbaar stelt.

Maar per opgave kijken welke partijen belang hebben bij samenwerking: gemeenten, departementen, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en internationale partners.

En vervolgens gezamenlijk investeren.

Dat is geen afscheid van solidariteit.

Het is juist een volwassen volgende stap.

Van hulp naar samenwerking.

Van Noord-Zuid naar wederkerigheid.

Van afzonderlijke beleidskolommen naar het formuleren van een gezamenlijk doel, omdat geen enkele organisatie in staat is een schurend complex probleem zelfstandig op te lossen, dat de oplossingen die ze in isolatie bedenken negatieve of beperkende gevolgen voor de ander kan hebben.

En van internationale samenwerking als iets dat zich ver van ons afspeelt naar een vorm van lokale diplomatie die ook onze eigen gemeenten sterker maakt.


Marloes Borsboom